Bedrijfsbezoek zelfpluktuin Het GroenteGenot
Op een druilerige zaterdag trokken we met de bus naar zelfpluktuin Het GroenteGenot in Ranst. Regenjassen, laarzen en paraplu’s bleken geen overbodige luxe. Toch lieten we het weer de sfeer niet bedrukken: na enkele weken lezen over het thema hadden we er vooral veel zin in. Schuilend in een koeienstal - vandaag verhuurd aan een andere boer - vertelde Mark, de oprichter van de tuin, hoe zijn verhaal begon.
Van boerenzoon naar zelfpluktuin
Mark groeide op in een landbouwgezin en wist al snel dat hij zelf boer wilde worden. Hoewel hij eerst een andere weg bewandelde via studies, keerde hij uiteindelijk terug naar die ambitie.
Samen met zijn vrouw Ann werkte hij jarenlang als “conventionele” boer met onder meer koeien en schapen. Door een verandering in de wetgeving rond onverdoofd slachten moest hij enkele jaren geleden echter plots stoppen met deze activiteiten. Dat moment dwong hem om zijn toekomst te herdenken.
Na een moeilijke periode, waarin het boerderijleven even stilviel, bracht een bezoek aan een biologische zelfpluktuin in Heverlee hem op een nieuw idee. Hij zag er niet alleen een mooi en duurzaam initiatief in, maar dacht ook: dit zou ik zelf kunnen doen. En dat deed hij uiteindelijk ook.
Na een moeilijke periode, waarin het boerderijleven even stilviel, bracht een bezoek aan een biologische zelfpluktuin in Heverlee hem op een nieuw idee. Hij zag er niet alleen een mooi en duurzaam initiatief in, maar dacht ook: dit zou ik zelf kunnen doen. En dat deed hij uiteindelijk ook.
Wat opviel in zijn verhaal, is dat dit geen rechtlijnige of idealistische keuze was, maar eerder iets dat op zijn pad kwam en groeide vanuit een concreet voorbeeld en de ervaring dat het zowel praktisch als economisch haalbaar kan zijn.
Over verandering, drempels en weerstand
De omschakeling naar biologische landbouw bracht ook moeilijkheden met zich mee. Mark vertelde hoe mensen uit zijn omgeving en andere boeren hem anders begonnen te bekijken. Niet zozeer expliciet, maar voelbaar in hoe er gereageerd werd, in welke kansen hij wel of niet kreeg. Dat maakte duidelijk hoe gevoelig en gepolariseerd het landbouwdebat kan zijn.
Er kwamen veel vragen vanuit de groep - onder meer over zijn keuzes, zijn ondernemerschap, de haalbaarheid van bio, en over waarom niet meer boeren deze stap zetten. Wat sterk naar voren kwam, is dat die drempel volgens hem vaak minder praktisch of financieel is dan gedacht. Integendeel: de investeringen zijn doorgaans kleiner, er is minder land nodig en het model kan economisch interessant zijn.
Natuurlijk zijn er momenten waarop omschakelen moeilijker is - bijvoorbeeld wanneer er nog grote leningen lopen - maar er zijn volgens Mark ook duidelijke schakelmomenten waarop het wél mogelijk is. De grootste barrière lijkt dus eerder te liggen in mindset en kennis dan in haalbaarheid. “Hoe overtuig je een dokter om homeopaat te worden?” Die vergelijking gaf ons voeling met hoe groot de mentale drempel kan zijn om een andere manier van werken te omarmen.
Volgens Mark hebben we vandaag bruggenbouwers nodig - mensen die het gesprek blijven aangaan binnen een sterk gepolariseerde sector. Verandering richting duurzamere landbouw zal daarbij niet vanzelf van bovenaf komen, maar vooral moeten groeien van onderuit, bij consumenten en lokale initiatieven.
De tuin in
Na dit eerste deel trokken we de tuin in voor een rondleiding. We wandelden langs velden, groentebedden, bloemenranden, houtkanten en een vijver. In totaal groeien er zo’n 150 verschillende plantensoorten in de tuin: voornamelijk groenten, maar ook veel fruit, en een kleiner deel noten en andere gewassen.
Halverwege schuilden we opnieuw, deze keer in een schuur midden in de tuin. Daar kregen we meer uitleg over de werking van de zelfpluktuin.
Wekelijks krijgen deelnemers een oogstmail met wat er beschikbaar is. In de tuin zelf geven vlaggen aan wat er geplukt mag worden:
● Rood: er mag geoogst worden
● Blauw: er is overvloed
● Geel: oogst met mate
● Geen vlag: nog niet oogsten
De werking steunt sterk op wederzijds vertrouwen. De boer is transparant over hoe hij te werk gaat: hij gebruikt geen chemische bestrijdingsmiddelen, communiceert open als er uitzonderlijk toch moet worden ingegrepen, en draagt zorg voor de teelt. Tegelijk wordt van deelnemers verwacht dat zij respectvol omgaan met de tuin: oogsten volgens de afspraken, niet te veel nemen en bijdragen aan het systeem zoals bedoeld.
Er kwamen vragen over hoe dit in de praktijk verloopt, zoals hoe deelnemers omgaan met die verantwoordelijkheid, en hoe er wordt omgegaan met grenzen en feedback. Die uitwisseling maakte het systeem concreet en tastbaar.
We proefden ook van delen van planten die vaak worden weggegooid, maar perfect eetbaar blijken te zijn. Een kleine, maar veelzeggende ervaring: hoeveel voedsel laten we onbenut?
Werken mét de natuur
Wat sterk naar voren kwam is hoe bewust er met de natuur wordt samengewerkt. In plaats van volledige controle na te streven, wordt er ingezet op biodiversiteit, teeltrotatie en het creëren van een evenwichtig ecosysteem waarin natuurlijke vijanden hun rol kunnen spelen.
Dat vraagt ook een vorm van vooruitdenken: nadenken over welke planten elkaar versterken, hoe je habitats creëert voor dieren, en hoe je het systeem zo opbouwt dat het zichzelf zoveel mogelijk in stand houdt. Tegelijk hoort er ook een zekere aanvaarding bij: een klein deel van de oogst gaat altijd verloren. In uitzonderlijke gevallen (wanneer een volledige oogst dreigt verloren te gaan) kan er toch ingegrepen worden. Dat gebeurt bewust, zonder chemische bestrijdingsmiddelen, en wordt transparant gecommuniceerd naar de deelnemers.
CSA en bredere vragen
Het GroenteGenot werkt volgens het principe van CSA (Community Supported Agriculture). Deelnemers betalen een bijdrage en krijgen in ruil toegang tot de tuin en haar oogst. Ze delen daarbij niet alleen de opbrengst, maar ook de risico’s. Dit model creëert een directe band tussen boer en consument, en maakt landbouw opnieuw iets gedeelds.
Tijdens de lunch werd dit verder besproken, samen met bredere vragen over landbouw en consumptie. Zo kwam ook naar voren dat biologische landbouw niet per se duurder is in productie - vaak zelfs integendeel. Het prijsverschil dat we in de winkel zien, heeft veel te maken met hoe bio vandaag in de markt wordt gezet, eerder dan met de werkelijke kost. Op kleine schaal en als niche- of luxeproduct lijkt bio duurder, maar op maatschappelijk niveau is het vaak net goedkoper, als je rekening houdt met impact op milieu, gezondheid en de lange termijn.
Een bezoek dat blijft hangen
Wat achteraf opviel, was de impact op de groep. Er was duidelijk een groter bewustzijn rond het thema, ook bij wie er voordien minder mee bezig was. Velen onder ons gaven aan bewuster stil te staan bij waar hun voedsel vandaan komt en de keuzes die daarin mogelijk zijn. Het maakte voelbaar dat zo’n bezoek meer doet dan informeren: het laat zien dat het anders kan, zonder dat dat per se groots of onhaalbaar hoeft te zijn. Voor sommigen bleef het bij kleine inzichten of andere keuzes, voor anderen groeide het uit tot inspiratie om verder na te denken of zelf initiatief te nemen. In elk geval was het een waardevolle en inspirerende ervaring die blijft nazinderen.
Kennismaking vzw De Landgenoten
Na de lunch kregen we een voorstelling van vzw De Landgenoten door Petra Tas, coördinator van de organisatie. Ze lichtte toe hoe toegang tot landbouwgrond vandaag een van de grootste drempels vormt voor (bio)boeren. Terwijl een aanzienlijk deel van de grond niet duurzaam wordt gebruikt of braak ligt, raken boeren die net duurzaam willen werken er moeilijk aan. Tegelijk zijn eigenaars vaak terughoudend om grond te verpachten, uit vrees de controle te verliezen.
Grond als gemeenschappelijk goed
De Landgenoten biedt hierop een antwoord door samen met burgers landbouwgrond aan te kopen en die op lange termijn te verpachten aan bioboeren. Dat gebeurt via een combinatie van coöperatie en stichting: burgers kunnen aandeelhouder worden of schenken, en met dat kapitaal wordt grond aangekocht. Boeren krijgen zo tegen een betaalbaar bedrag per jaar toegang tot grond, met de zekerheid dat ze die langdurig kunnen gebruiken, op voorwaarde dat ze biologisch werken en zorg dragen voor de bodem. Zo blijft de grond ook op lange termijn bestemd voor duurzame landbouw.
Het uitgangspunt: landbouwgrond als gemeenschappelijk goed, in dienst van de mensen, bodem en toekomst.
Uitdagingen in het voedselsysteem
Daarnaast werd duidelijk hoe sterk het huidige voedselsysteem gestuurd wordt door economische logica, terwijl de maatschappelijke kosten van gangbare landbouw (zoals effecten op gezondheid en milieu) vaak minder in rekening genomen worden. Tegelijk bestaan er hardnekkige ideeën over biologische landbouw, zoals dat deze per definitie duurder of minder haalbaar zou zijn.Petra benadrukte dat de drempels voor verandering niet alleen financieel zijn, maar ook sociaal en structureel. Daarom positioneert De Landgenoten zich niet enkel als grondverstrekker, maar ook als organisatie die sensibiliseert en mensen in beweging brengt.
Samen op weg naar verandering
Vanuit de groep kwamen er veel vragen rond onder meer haalbaarheid en verantwoordelijkheid. We stonden stil bij het spanningsveld tussen individuele keuzes en systeemverandering. Enerzijds geven we als consumenten dagelijks mee vorm aan het voedselsysteem, anderzijds is het niet realistisch om die verantwoordelijkheid volledig bij het individu te leggen. Er lijkt nood aan beide: initiatieven van onderuit én duidelijke kaders van bovenaf. Ook dachten we na over welke veranderingen nodig zijn om tot een meer duurzaam voedselsysteem te komen. Het voelde als een uitnodiging om niet alleen anders naar landbouw te kijken, maar ook naar onze eigen rol daarin en andere factoren die zouden helpen om duurzame keuzes breder toegankelijk en vanzelfsprekender te maken.
Geschreven door Hannah Meijlaers